Produceren in een lagelonenland? Scania, truckfabriek in Zwolle, piekert er niet over. “Ook de zweetfactor verhogen we niet”.

Zwolle

Bij Scania in Zwolle rollen dagelijks circa honderd nieuwe trucks uit de port op weg naar klanten in 55 landen, Engeland, Duitsland, de Benelux, Centraal en Oost-Europa voorop. “Zwolle” heeft vorig jaar 22.000 trucks geassembleerd, goed voor 55% van de productie in Europa en is daarmee de grootste assemblagevestiging van Scania in Europa. Scania heeft in Nederland 3000 werknemers van wie 1300 in de productie.

Vandaag de dag grijpt ieder “normaal”industrieel bedrijf dergelijke aantallen aan voor een verhuizing naar lagelonenlanden zoals Polen of Tsjechië. Zo niet Scania. Het bedrijf is in vele opzichten atypisch, blijkt uit een gesprek met de 49-jarige algemeen directeur Evert Halvarsson.

Zo erkent Halvarsson dat Scania-trucks duurder zijn dan die van concurrenten zoals Volvo, DAF en Mercedes Benz. “Dat houden we zo. Wij kopen geen marktaandelen. Maar we zijn niet de duurste per kilometer, dát telt voor de transportbedrijven die hun trucks vrijwel altijd leasen.” Liever dan uit lage verkoopprijzen haalt Scania de winsttoename uit een jaarlijkse productiviteitsstijging van 7% tot 8%. Halvarsson: “Andere truckfabrikanten verhogen wellicht de zweetfactor. Wij worden liever slimmer en efficiënter.” Dat is volgens de algemeen directeur mogelijk door het werk telkens te versimpelen. “In plaats van meer robots en elektrotechniek, dat werkt storingen maar in de hand, houden we het liever grijpbaar en zichtbaar. Dat zit bij alle werknemers tussen de oren. Als iemand denkt dat iets eenvoudiger kan, wordt hij vrijgesteld om het aan te tonen. Als hij daarin slaagt, nemen al onze vestigingen in de wereld het over.”

Halvarsson refereert aan de tien jaar geleden van Toyota geadopteerde Kaizen-methode: “Elke dag wat beter en efficiënter en dat al jáááren. Het werkt. “Vijftien jaar terug produceerde Scania wereldwijd 1,5 truck per dag per medewerker en nu 3,5.” Kaizen wordt bij het truckconcern gedragen door, wat Halvarsson noemt, “het geheim van Scania: we doen alles zelf”.

Dat is curieus. Industrieën besteden steeds meer productie uit bij toeleveranciers. Ook het Scaniaconcern koopt veel in, maar de assen, de cabines, de motoren en de versnellingsbakken komen uit Zweden, waaronder de hoofdvestiging nabij Stockholm met 7000 van de 29.000 werknemers. Halvarsson: “De meeste concurrenten kopen bijvoorbeeld het spruitstuk (de inlaat van de motor, red.) bij een toeleverancier. Bij Delphi bijvoorbeeld, u weet wel, dat Amerikaanse bedrijf in problemen door de misère bij Ford en GM.Wij maken liever ons eigen spruitstuk.” Zekerheid over de kwaliteit van de onderdelen en controle over de tijdige aanlevering staan dus hoog in het vaandel. Dat geldt ook voor verkoop en service. Anders dan de concurrenten heeft Scania de meeste van de tientallen over de wereld verspreide verkoop- en servicevestigingen in eigen handen. Halvarsson: “Zo houden we controle over de retailprijzen. Bij veel concurrenten is dat een probleem”. Op de vraag waarom Scania, de grootste industriële werkgever in de regio, de productie in Zwolle niet naar lagelonenlanden verhuist, zegt Halvarsson: “Loonkosten maken hooguit 10% uit van de totale kosten. Het komt eerder aan op beheersing van de logistieke kosten. Aan onze poort arriveren dagelijks tachtig trucks met onderdelen voor de productie van honderd trucks. Dat lukt niet in Oost-Europa. Ook de kwaliteitsbewaking wordt dan lastig, terwijl we hier ervaren mensen hebben. Ook hebben we de assemblage liever in de buurt van onze grote klanten.”

Halvarsson noemt ook de investering in 2004 van € 35 mln “om effectiever en slimmer te werken”en ter vergroting van de assemblagecapaciteit van 100 naar 150 à 180 trucks per dag. Scania Nederland, waartoe ook de verkoop- en serviceorganisatie Scania Beers in Den Haag behoort, acht zich daarmee gereed voor de verwachte stijging van de transportbehoefte in Europa tot 30% in 2010. “Als de markt dat vraagt”, stelt Halvarsson, kan “Zwolle” de productie verdubbelen bij eenzelfde aantal medewerkers.

“Wij denken anders. Ietwat ongewoon is ook ons systeem om trucks uit enkele standaardmodules op te bouwen en die te variëren. Daardoor wonnen we een Defensieorder voor 550 legertrucks. Wij hoefden niet vanaf nul te ontwikkelen maar konden een bestaande truck aanpassen en zo een lagere prijs offreren. We hebben geen last van de Hollandse loyaliteit jegens DAF. We zijn een Nederlands bedrijf.”

 Financieel Dagblad

13 februari 2006

 
"WIJ VAN SCANIA DENKEN ANDERS"